Traces AIR Antwerpen

Jochem vanden Ecker

dec 2005 tot feb 2006
1976 Maaseik, België

 

Als een doorgaand proces van bevraging, een eindeloze transitie van de ene vorm in de andere die nooit tot een conclusie komt, nooit een consensus uitdraagt, is mijn tuinresidentie een onderdeel van het werkstation AIR Antwerpen. Veranderende ruimtes: de veranderende ruimte als zowel autobiografisch als conceptueel.

Een laag die gegrondvest is in overblijfselen, een ... die de grond bedekt als een scherm van herinneringen. Nomadisme als een atavisme.. Een geel kader omgezet in een fixatie van tijd.

Een residentie impliceert eigenlijk een verblijf. Men zou dit als een letterlijke vertaling kunnen beschouwen. Maar ik zie dat niet zo. Het is ook geen performance. Uiteindelijk is dat voor mij (gewoon) de meest geschikte manier van werken. Dat aftasten van die ruimte, de scheidingslijn tussen kunst en ‘everydayness’, letterlijk vertrekkende van die woon/werkvloer.

Bodenpictures in vergelijking met Dieter Roth’s Fussboden (floor, 1975-92): een houten studio vloer is bedekt met pigment en lijm, ontstaan toen Dieter Roth de vloer van zijn studio in Ijsland verplaatste naar de muur van de galerie. De textuur en kleur zijn een functioneel verslag van Roth’s daden tussen 1975 en 1992. Of uternigitt: de sporen van komen en gaan, zoals de Inuit het noemen... Dieter Roth verklaarde dat de studiovloer net zozeer een kunstwerk is alsook het oppervlak waarop kunst gecreëerd wordt. En als er de mogelijkheid is om buiten te slapen waarom zou ik dan binnen gaan liggen. (Yamabushi (hij die slaapt in de bergen))

Eigenlijk is de oorsprong van mijn (dit) werk, deze veranderende ruimte, (nogmaals) autobiografisch van aard. Het is nauw verbonden met mijn grootouders die op een bepaalde manier ook voyeurs waren.  Het idee van de veranderende ruimte en de opeenstapeling van lagen die het genereert.